ECLI:NL:CRVB:2007:BA6886
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 1994 een bijstandsuitkering en had van 2002 tot 2004 een auto op zijn naam staan zonder dit te melden aan het College. Het College vorderde daarom bijstand terug wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank vernietigde het terugvorderingsbesluit, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de auto als vermogen moet worden beschouwd omdat deze op naam van appellant stond, hij de motorrijtuigenbelasting betaalde en de auto gebruikte. Appellant slaagde er niet in dit te weerleggen met objectieve gegevens.
De Raad stelt vast dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen, ook al was het herzieningsbesluit niet expliciet genomen, omdat het oorspronkelijke besluit dit materieel bevatte. Het College heeft het terug te vorderen bedrag bovendien beperkt tot het vermogensoverschot.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevochten en wijst de proceskosten af. De beleidsregels van het College zijn redelijk toegepast en er is geen reden om van terugvordering af te zien.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht.