ECLI:NL:CRVB:2007:BA7022
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geschiktheid voor lichte werkzaamheden
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar geen WAO-uitkering toe te kennen per 2 januari 2004, aansluitend op de wettelijke wachttijd. Het UWV baseerde dit op de beoordeling dat zij met haar beperkingen in staat is om de werkzaamheden van lid van een smaakpanel gedurende 5 uur per week te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep werd aangevoerd dat appellante ten onrechte geschikt werd geacht, mede omdat zij in maart 2005 niet slaagde voor een test voor de functie van panellid bij Unilever. De Raad stelde vast dat de vraag in hoger beroep beperkt was tot de situatie per 2 januari 2004.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante met haar beperkingen, die het gevolg zijn van ziekte of gebrek, wel degelijk in staat is de werkzaamheden te verrichten. De bezwaarverzekeringsarts onderschreef dit en de Raad vond geen aanwijzingen in de medische rapportages die dit tegenspraken. Het niet slagen voor de test in 2005 werd niet toegerekend aan ziekte of gebrek en was bovendien na de relevante datum.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellante geschikt wordt geacht voor lichte werkzaamheden.