Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7216

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06/104 ALGEM
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken beroepsgronden

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem waarin haar beroep niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet voldoen aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro, met name het niet indienen van beroepsgronden.

De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat appellante niet heeft voldaan aan de vereisten en dat er geen omstandigheden zijn die het verzuim rechtvaardigen. Appellante heeft ook niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om de verzuimen te herstellen.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring en ziet geen aanleiding om af te wijken van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door B.J. van der Net op 16 mei 2007.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van beroepsgronden.

Uitspraak

06/104 ALGEM
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 23 november 2005, 05/2424 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante is hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingdiend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad van 19 april 2007, waar partijen, het Uwv met voorafgaand schriftelijk bericht, niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 22 juni 2005 heeft het Uwv het bezwaar van appellante gericht tegen de
correctienota over het jaar 2001 niet-ontvankelijk verklaard in verband met het niet
indienen van de gronden van het bezwaar. Bij schrijven van 27 juni 2005 is namens
appellante tegen voormeld besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat appellante bij het instellen van het beroep niet voldaan heeft aan diverse in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde vereisten, terwijl niet gebleken is van enige omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.
De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en overweegt dat hetgeen appellante in hoger beroep heeft aangevoerd in essentie een herhaling is van hetgeen in eerste aanleg naar voren is gebracht en met name ziet op de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar. Ook de Raad is niet gebleken van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs zou moeten worden geoordeeld dat appellante ter zake van haar beroep niet in verzuim is geweest. De Raad merkt daarbij op dat appellante in het geheel niet gereageerd heeft op het namens de rechtbank gedane verzoek om de geconstateerde verzuimen te herstellen.
Gezien het vorenstaande komt de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet geen aanleiding toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 mei 2007.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
PR/110507