ECLI:NL:CRVB:2007:BA7241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie- en boetenota's wegens onvolledige loonadministratie cafébedrijf
Appellante, eigenaar van een café in Amsterdam, maakte bezwaar tegen correctie- en boetenota's van het UWV over de jaren 2000 tot en met 2002, die waren opgelegd wegens een onvolledige en gebrekkige loonadministratie. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het UWV een verantwoorde schatting had gemaakt van het premieloon, onder meer gebaseerd op het netto uurloon en het aantal gewerkte uren.
In hoger beroep heeft appellante betoogd dat het netto uurloon lager was dan door haar eerder verklaard, en dat zij meer uren werkte dan het UWV aannam. De Centrale Raad van Beroep heeft deze stellingen onderzocht en geoordeeld dat appellante onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens heeft aangeleverd om het oordeel van het UWV te weerleggen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het UWV zorgvuldig te werk is gegaan bij de schatting van het premieloon.
De Raad overweegt verder dat het ontbreken van een boekenonderzoek niet tot een andere conclusie leidt, omdat de loonadministratie onvoldoende betrouwbaar was. De correctie- en boetenota's blijven daarom in stand. Tevens is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De correctie- en boetenota's over 2000-2002 worden bevestigd wegens een verantwoorde schatting van het premieloon bij een onvolledige loonadministratie.