ECLI:NL:CRVB:2007:BA7328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bestuursrechtelijke WWB-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende de Wet werk en bijstand (WWB) heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem. Bij het hoger beroepschrift werd abusievelijk een verkeerde uitspraak meegezonden. Pas na het verstrijken van de beroepstermijn werd duidelijk dat het hoger beroep zich tegen een andere uitspraak richtte dan aanvankelijk werd aangenomen.
De Raad overweegt dat op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) het duidelijk moet zijn tegen welke uitspraak het hoger beroep zich richt binnen de beroepstermijn. De hersteltermijn die was verleend, betrof alleen de aanvulling van de gronden van het beroep en niet de omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht. Hierdoor is het hoger beroep niet tijdig ingediend en niet-ontvankelijk.
Appellant voerde aan dat de termijnoverschrijding het gevolg was van een vergissing bij het meegezonden stuk. De Raad wijst dit af en stelt dat fouten van de advocaat aan de appellant worden toegerekend. Gezien de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens ziet de Raad geen reden tot een ander oordeel.
Omdat het hoger beroep niet-ontvankelijk is verklaard, komt de Raad niet toe aan inhoudelijke beoordeling van het geschil. Appellant stemde toe met de aanvankelijk aangevochten uitspraak, waarin het beroep deels gegrond werd verklaard en een terugvordering werd vastgesteld. De Raad ziet geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen tegen de juiste uitspraak.