ECLI:NL:CRVB:2007:BA7334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkering van 65-80% arbeidsongeschiktheid na bezwaar en beroep
Appellant viel op 29 mei 2000 uit wegens klachten en kreeg op basis van een belastbaarheidsprofiel van april 2001 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. Na bezwaar en een vernietiging van het bezwaarbesluit door de rechtbank in 2003, werd aanvullend onderzoek gedaan naar parttime functies passend binnen het belastbaarheidsprofiel. Het UWV verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond en handhaafde het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Appellant stelde in beroep dat hij de geselecteerde functies niet kon verrichten en dat hij niet was gehoord voorafgaand aan het nieuwe besluit. De rechtbank verwierp deze grieven en stelde dat het UWV voldoende passende functies had geselecteerd en dat er geen nieuwe grondslag was die een nieuw hoorrecht vereiste.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en benadrukt dat de beperkingen uit het belastbaarheidsprofiel van april 2001 onbetwist zijn vanwege de kracht van gewijsde van de eerdere uitspraak. De Raad oordeelt dat de geselecteerde parttime functies binnen deze beperkingen passen en dat appellant geen nieuwe feiten heeft aangevoerd die het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige ondermijnen.
De klacht van appellant over toegenomen klachten en het ontbreken van een nieuw onderzoek en hoorrecht wordt verworpen. Het UWV heeft terecht de WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 65-80% wordt bevestigd.