ECLI:NL:CRVB:2007:BA7338
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire straf wegens plichtsverzuim bij re-integratie ambtenaar
Appellant, sinds 1984 in dienst bij de gemeente Utrecht, viel in 1995 uit wegens ziekte en kreeg een WAO-uitkering toegekend. Het college trachtte hem te herplaatsen en eiste medewerking aan een re-integratietraject om ontslag te voorkomen. Appellant weigerde voortgangsgesprekken met zijn re-integratieadviseur te voeren en keerde niet tijdig terug uit verlof in Suriname.
Het college legde hem daarop een disciplinaire straf op van 10% inhouding op zijn salaris gedurende zes maanden. Appellant betwistte het plichtsverzuim en stelde dat het re-integratieplan niet rechtsgeldig was en dat zijn late terugkeer niet verwijtbaar was. Ook vond hij de straf disproportioneel.
De Raad oordeelde dat het re-integratieartikel 71a WAO niet van toepassing was omdat appellant al voor 2002 ziek was geworden. De verplichting tot medewerking aan voortgangsgesprekken was redelijk en appellant had deze gesprekken geweigerd. Zijn late terugkeer was niet overtuigend gemotiveerd en hij had onvoldoende contact gezocht met zijn leidinggevenden. Het plichtsverzuim was ernstig en de straf proportioneel.
Verder verklaarde de Raad het bezwaar tegen de straf niet-ontvankelijk omdat appellant de gronden te laat had ingediend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De disciplinaire straf van 10% salarisinhouding wegens plichtsverzuim wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.