ECLI:NL:CRVB:2007:BA7358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- H. Bolt
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Uit een rapport werknemersfraude bleek dat betrokkene in de periode 1992-2002 zwart werk verrichtte en daarmee inkomsten genoot, die niet waren gemeld bij de uitkeringsinstantie. Verweerder herzag daarom de uitkering naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid en vorderde terugbetaling van te veel betaalde uitkeringen.
De rechtbank verklaarde het bestreden besluit niet in stand, omdat inkomsten uit zwart werk volgens vaste jurisprudentie niet als algemeen geaccepteerde arbeid kunnen worden aangemerkt en daarom geen grond vormen voor de herziening. Verweerder ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd en dat de schatting van de inkomsten uit arbeid niet strookt met de verklaringen van betrokkene. De Raad volgt de rechtbank niet in haar uitleg van artikel 44 lid 2 WAO Pro, maar stelt dat zwart werk na drie jaar toch als algemeen geaccepteerde arbeid wordt aangemerkt. Desondanks vernietigt de Raad het besluit en de uitspraak, en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van de overwegingen.
De uitspraak benadrukt het belang van een deugdelijke motivering en een juiste onderbouwing van de schatting van verdiensten bij herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening en terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.