ECLI:NL:CRVB:2007:BA7363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing AOW-pensioen op grond van niet-verzekerd zijn en toepassing NMV
Appellante, die nooit in Nederland heeft gewoond of gewerkt, ontving een nabestaandenuitkering tot haar 65ste jaar. Na haar aanvraag voor een AOW-pensioen werd dit geweigerd omdat zij niet verzekerd was voor de AOW en het Algemeen verdrag inzake sociale zekerheid (NMV) geen aanspraak op pensioen verleent aan haar situatie.
De rechtbank en de Raad onderschreven dat het gewijzigde artikel 21 NMV Pro pas per 1 november 2004 in werking trad, waardoor geen recht bestaat op AOW-pensioen voor de periode juli 2001 tot november 2004. Appellante voerde aan dat hiermee haar eigendomsrecht werd geschonden en dat sprake was van verboden onderscheid, maar de Raad verwierp deze grieven.
De Raad oordeelde dat een voorwaardelijke aanspraak geen eigendom vormt en dat de voorwaarde van voortduring van het huwelijk niet was vervuld. De beleidsmatige toepassing van artikel 21 NMV Pro door de SVB is gerechtvaardigd en er is geen sprake van verboden onderscheid naar status.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op AOW-pensioen over de periode juli 2001 tot november 2004.