ECLI:NL:CRVB:2007:BA7441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na rugklachten
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te verlagen van 35% naar 25% arbeidsongeschiktheid per 5 oktober 2003. De rechtbank had dit besluit eerder bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant stelde dat hij vanwege rugklachten niet in staat was om de voorgestelde functies uit te oefenen, met name functies waarin voldoende mogelijkheden tot vertreden aanwezig zouden moeten zijn. Hij verwees ter onderbouwing naar een medisch rapport van adviseur D.J. Schakel uit januari 2004.
De Raad overwoog dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan het medische en arbeidskundige oordeel waarop het besluit was gebaseerd. De medisch adviseur had geen kritiek op de medische en arbeidskundige rapportages en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige had onderzocht of de functies, waaronder machinaal metaalbewerker, voldoende gelegenheid tot vertreden boden, wat werd bevestigd.
De Raad verwierp het verweer dat de functie aan een lopende band zou zijn, waardoor vertreden onmogelijk zou zijn. De beschrijvingen van de functiebelasting ondersteunden deze stelling niet. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.