ECLI:NL:CRVB:2007:BA7442
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 35-45%
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 28 januari 2002 te verlagen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Zij stelde dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, omdat zij niet door de bezwaarverzekeringsarts was onderzocht, en dat op medische gronden een urenbeperking moest worden aangenomen.
De rechtbank oordeelde dat het dossieronderzoek door de bezwaarverzekeringsarts voldoende zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren dat de medische gegevens onjuist waren. Ook de brief van de revalidatiearts, waarin werd gesteld dat appellante niet meer dan 3 dagen van 6 uur kon werken, bood geen aanleiding tot twijfel omdat deze niet betrekking had op de relevante datum en de klachten niet waren geobjectiveerd.
Het arbeidskundig onderzoek wees uit dat appellante met functies als portier, telefonist taxicentrale en beambte veiligheidsdienst een inkomen kon verdienen dat overeenkomt met een arbeidsongeschiktheid van 35-45%. Appellante bracht geen tegenbewijs dat deze functies haar belastbaarheid zouden overschrijden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en bevestigde het bestreden besluit. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door R.C. Stam op 15 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.