ECLI:NL:CRVB:2007:BA7513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn WAO-uitkering door het UWV, nadat het UWV aanvankelijk weigerde een uitkering toe te kennen en later een gedeeltelijke toekenning van 15-25% arbeidsongeschiktheid herzag. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de medische beperkingen juist waren vastgesteld en appellant geschikt was voor de voorgestelde functies.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat de belasting van de hem aangewezen functies zijn belastbaarheid overstijgt. De Raad heeft echter geoordeeld dat de rechtbank deze gronden terecht heeft verworpen, mede omdat de informatie van de behandelend psychiater geen nieuw licht wierp op de situatie.
Appellant heeft ter zitting een recente diagnose van een rughernia genoemd, maar de Raad acht dit onvoldoende om de klachten op het moment van de oorspronkelijke beslissing te verklaren. Ook het betoog dat de functies onvoldoende houdingswisseling bieden, is verworpen omdat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) voorziet in een maximale duur van zitten en staan en daarmee een preventief karakter heeft.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de eerdere uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.