ECLI:NL:CRVB:2007:BA7549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende loonverlies
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WAO-uitkering toe te kennen, omdat zijn beperkingen door ziekte niet zouden leiden tot een loonverlies van ten minste 15%.
De rechtbank Rotterdam had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. Het hoger beroep richtte zich op de toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het medisch oordeel van het UWV en de rechtbank dat appellant wel beperkingen ondervindt, maar niet verhinderd is gangbare arbeid te verrichten met een loonverlies van minder dan 15%. De aanvullende rapportages van een orthopedisch chirurg en een spiritueel genezer bieden geen aanleiding tot een ander oordeel.
De Raad bevestigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV wordt bevestigd.