Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2007:BA7737

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05/7056 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 AKWArt. 8:75 AwbBesluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746)Algemene Kinderbijslagwet (AKW)Algemene Ouderdomswet (AOW)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn krachtens de Algemene Kinderbijslagwet

Appellant, woonachtig in Marokko en in het bezit van een WAO-uitkering, verzocht kinderbijslag voor zijn in 2004 geboren kind. De Sociale verzekeringsbank weigerde deze toe te kennen omdat appellant niet als verzekerd kon worden beschouwd op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).

De rechtbank Amsterdam oordeelde dat appellant sinds zijn vertrek uit Nederland niet meer verzekerd is ingevolge artikel 6 AKW Pro, vanwege het ontbreken van ingezetenschap en loonbelastingplichtige arbeid in Nederland. Tevens is artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999 (KB 746) sinds 1 januari 2000 vervallen, en de overgangsregeling in artikel 27 KB Pro 746 bood appellant geen dekking omdat zijn kind na die datum is geboren.

Hoewel appellant vrijwillig verzekerd is voor de AOW en ANW, is vrijwillige verzekering voor de AKW niet mogelijk. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en bevestigt de weigering van kinderbijslag. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van kinderbijslag omdat appellant niet verzekerd is krachtens de AKW.

Uitspraak

05/7056 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 november 2005, 04/3960 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 31 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2007. Appellant is daarbij niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
Appellant woont in Marokko en ontvangt aldaar een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Vanaf 1 januari 2000 is appellant vrijwillig verzekerd krachtens de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (ANW). Op 8 april 2004 heeft appellant aan de Svb verzocht kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) aan hem toe te kennen ten behoeve van zijn kind Jouairiya, geboren op 31 maart 2004.
Bij beslissing op bezwaar van 22 juli 2004 (hierna: het bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 28 mei 2004 gehandhaafd, waarbij is geweigerd vanaf het tweede kwartaal van 2004 kinderbijslag aan appellant toe te kennen voor Jouairiya. Daarbij is overwogen dat appellant niet als verzekerd ingevolge de AKW kan worden beschouwd, nu hij geen ingezetene van Nederland is, geen werkzaamheden hier te lande verricht terzake waarvan hij aan de loonbelasting is onderworpen en ook niet één van de bepalingen van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volks-verzekeringen 1999, van 24 december 1998, Stb. 746 (hierna: KB 746) op hem van toepassing zijn.
Appellant heeft in beroep en in hoger beroep aangevoerd dat hij wel recht heeft op kinderbijslag voor zijn kind, omdat hij een WAO-uitkering ontvangt van ten minste 35% van het minimumloon en hij vanaf 2000 vrijwillig verzekerd is ingevolge de AOW, ANW en AKW.
De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak overwogen dat appellant vanaf zijn vertrek uit Nederland niet verzekerd is op grond van artikel 6 van Pro de AKW, nu hij geen ingezetene is en ook niet terzake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Met betrekking tot de vraag of appellant op grond van artikel 26 van Pro KB 746 verzekerd was krachtens de AKW heeft de rechtbank overwogen dat dit artikel met ingang van 1 januari 2000 is vervallen. Daarbij heeft de rechtbank erop gewezen dat sindsdien in artikel 27 van Pro KB 746 is bepaald dat ten aanzien van personen die tot aan 1 januari 2000 verzekerd waren ingevolge de volksverzekeringen op grond van artikel 26 en Pro die uitsluitend door het vervallen van dat artikel geen recht meer hebben op kinderbijslag krachtens de AKW, artikel 26 voor Pro wat betreft de toepassing van de AKW vanaf die dag van kracht blijft, zij het zolang het jongste kind voor wie de verzekerde vóór die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt. De rechtbank heeft vastgesteld dat appellant op grond van deze bepaling niet verzekerd is gebleven voor de AKW vanaf 1 januari 2000, nu zijn kind eerst in 2004 is geboren. Ten slotte heeft de rechtbank vastgesteld dat appellant vanaf 1 januari 2000 weliswaar vrijwillig verzekerd is gebleven ingevolge de AOW en de ANW, maar dat een vrijwillige verzekering krachtens de AKW niet mogelijk is. Dit betekent naar het oordeel van de rechtbank dat de Svb terecht heeft geweigerd kinderbijslag aan appellant toe te kennen.
De Raad kan zich geheel verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen.
Uit het vorenstaande vloeit voort dat het hoger beroep niet kan slagen, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.F. van Moorst als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 mei 2007.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) M.F. van Moorst.