ECLI:NL:CRVB:2007:BA8057
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over arbeidsongeschiktheid met instandhouding rechtsgevolgen
Appellant stelde in hoger beroep dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn beperkingen, waaronder het gebruik van zijn rechterhand, dystrofie en astma. Ter onderbouwing werd medische informatie van een orthopedisch chirurg overgelegd.
De rechtbank had het UWV in eerste aanleg in het gelijk gesteld en een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 60% vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de onderbouwing van het UWV in eerste aanleg onvoldoende was, maar dat in hoger beroep een deugdelijke toelichting en motivering door de bezwaararbeidsdeskundige was gegeven.
De Raad stelde vast dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en weloverwogen onderzoek hadden verricht en dat alle klachten van appellant voldoende waren meegewogen. De medische informatie van de orthopedisch chirurg werd door de bezwaarverzekeringsarts adequaat beantwoord.
Op grond hiervan vernietigde de Raad het bestreden besluit, verklaarde het beroep gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.