ECLI:NL:CRVB:2007:BA8062

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6260 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:72 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks vernietiging besluit

Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedraagt. De rechtbank Maastricht vernietigde het bestreden besluit wegens een gebrekkige arbeidskundige toelichting, maar handhaafde de rechtsgevolgen ervan.

De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de medische rapportages zorgvuldig en weloverwogen zijn opgesteld, waarbij ook de informatie van de behandelend arts-psychotherapeut is meegewogen. Er is geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het belastbaarheidspatroon of aan de geschiktheid van de voorgestelde functies voor appellante.

De Raad oordeelt dat het bestreden besluit in hoger beroep alsnog is voorzien van een toereikende arbeidskundige toelichting. Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover deze het bestreden besluit vernietigde maar de rechtsgevolgen handhaafde. Er worden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd ondanks vernietiging van het bestreden besluit.

Uitspraak

05/6260 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 21 september 2005, 2004/2216 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.M.J.P. Penners, advocaat te Geleen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2007, waar appellante met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door M.E. Braak.
II. OVERWEGINGEN
Het inleidend beroep richt zich tegen het besluit van het Uwv van 26 november 2004 (bestreden besluit) waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn besluit van 20 augustus 2004, strekkende tot intrekking van de naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% berekende uitkering van appellante ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per 23 augustus 2004 omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak geoordeeld dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist moet worden geacht. Voor wat betreft de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, heeft de rechtbank vastgesteld dat het bestreden besluit pas in beroep is voorzien van een deugdelijke arbeidskundige toelichting. De rechtbank heeft het beroep van appellante, gelet op de jurisprudentie van de Raad ten aanzien van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem, gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van dat besluit, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in stand gelaten.
Namens appellante zijn de eerder naar voren gebrachte grieven herhaald.
Appellante heeft zich -kort samengevat- op het standpunt gesteld dat haar medische klachten door het Uwv zijn onderschat, waardoor het belastbaarheidspatroon onjuist is vastgesteld. Voorts kan appellante zich niet verenigen met de geduide functies, omdat volgens appellante daarin haar belastbaarheid in ernstige mate wordt overschreden.
De Raad overweegt als volgt.
Voor wat betreft de medische grondslag kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek van die artsen zorgvuldig en weloverwogen geweest, waarbij de Raad aantekent dat de informatie van de behandelend arts-psychotherapeut T. Maagdenberg is meegewogen. De Raad is van oordeel dat in het belastbaarheidspatroon in voldoende mate rekening is gehouden met de klachten van appellante. Er zijn door appellante geen gegevens in geding gebracht, die aanleiding geven voor de veronderstelling dat sprake is van een ondeugdelijke medische oordeelsvorming.
De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de aan appellante voorgehouden functies voor haar in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. Met de door de bezwaararbeidsdeskundige F.C. Strijer gegeven toelichting is in beroep het bestreden besluit alsnog van een toereikende arbeidskundige toelichting voorzien. Nu de rechtbank terecht aanleiding heeft gezien om het bestreden besluit te vernietigen onder instandlating van de rechtsgevolgen, komt hiermee de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2007.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.