ECLI:NL:CRVB:2007:BA8069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV in proceskosten na tegemoetkoming
Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WAO-zaak. Het hoger beroep werd ingetrokken nadat het UWV geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet was gekomen met een gewijzigde beslissing op bezwaar.
De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming. De Raad bepaalde dat het UWV de proceskosten van appellante moest vergoeden, begroot op € 966,- voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.
Daarnaast werden kosten van een medisch adviseur en een revalidatiecentrum in aanmerking genomen, waarbij de Raad de deskundigenkosten begrootte op € 392,61 en de kosten van het revalidatiecentrum op € 83,60. De totale proceskosten werden vastgesteld op € 1.442,21, te betalen door het UWV.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.442,21 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.