ECLI:NL:CRVB:2007:BA8069

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2199 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Intrekking
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetBesluit proceskosten bestuursrechtArt. 22, vijfde lid, Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling UWV in proceskosten na tegemoetkoming

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WAO-zaak. Het hoger beroep werd ingetrokken nadat het UWV geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet was gekomen met een gewijzigde beslissing op bezwaar.

De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan op grond van artikel 8:75a Awb en artikel 21 Beroepswet Pro bij afzonderlijke uitspraak in de proceskosten kan worden veroordeeld wanneer het beroep wordt ingetrokken vanwege tegemoetkoming. De Raad bepaalde dat het UWV de proceskosten van appellante moest vergoeden, begroot op € 966,- voor rechtsbijstand in beroep en hoger beroep.

Daarnaast werden kosten van een medisch adviseur en een revalidatiecentrum in aanmerking genomen, waarbij de Raad de deskundigenkosten begrootte op € 392,61 en de kosten van het revalidatiecentrum op € 83,60. De totale proceskosten werden vastgesteld op € 1.442,21, te betalen door het UWV.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 1.442,21 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.

Uitspraak

05/2199 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 25 maart 2005, 04/1055 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 20 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. L.A. Drenth, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij faxbericht van 5 februari 2007 heeft mr. L.A. Drenth namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bericht zich niet te zullen verzetten tegen een veroordeling in de proceskosten voor zover deze zal worden vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat de gemachtigde van appellante het hoger beroep heeft ingetrokken aangezien het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van
2 februari 2007 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
Nu het Uwv volledig aan appellante is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 644,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 966,-.
Namens appellante is tevens verzocht de kosten van de medisch adviseur M. Blom voor vergoeding in aanmerking te brengen.
De Raad is van oordeel dat, gelet op het bepaalde in artikel 1, onder b van het Bpb, deze kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 1, onderdeel IV, van het Besluit tarieven in strafzaken, naar welk besluit het Bpb verwijst, worden de kosten van deskundigen vergoed tot een bedrag van € 81,23 per uur. Nu de betrokken medisch adviseur Blom blijkens de namens appellante overgelegde declaraties in totaal 4 uur en 50 minuten heeft besteed, begroot de Raad de kosten van die deskundige op € 392,61.
Voorts komen de in hoger beroep gevorderde kosten voor het verstrekken van inlichtingen door Revalidatiecentrum de Hoogstraat ad € 83,60 voor vergoeding in aanmerking.
Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het Uwv dient te wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1442,21, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juni 2007.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.J.T.M. Bruijnis-Vermeulen.