ECLI:NL:CRVB:2007:BA8083
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten getuigenverhoor op Curaçao wegens territorialiteitsbeginsel
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een getuigenverhoor op Curaçao in een lopende alimentatieprocedure bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch. Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg wees deze aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel zoals neergelegd in artikel 11, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB).
De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond en wees ook het verzoek om een voorlopige voorziening af. De rechtbank overwoog dat de kosten weliswaar voortvloeien uit een in Nederland gevoerd civielrechtelijk geding, maar dat de werkzaamheden uitsluitend buiten Nederland, namelijk op Curaçao, konden worden verricht.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de voorzieningenrechter onderschreven. De Raad stelde vast dat onder “hier te lande” in artikel 11, eerste lid, van de WWB alleen het grondgebied van Nederland wordt verstaan en dat Curaçao als buitenland wordt beschouwd. Er was geen sprake van een zeer dringende reden die bijzondere bijstand zou rechtvaardigen.
De Raad bevestigde daarom de afwijzing van de bijzondere bijstand en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 19 juni 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor kosten van een getuigenverhoor op Curaçao vanwege het territorialiteitsbeginsel.