ECLI:NL:CRVB:2007:BA8196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Heropening WAO-uitkering na detentie vereist medisch en arbeidskundig onderzoek op dag vrijlating
Appellant, die na detentie zijn WAO-uitkering wilde laten heropenen wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid, werd geconfronteerd met een besluit van het UWV dat zijn aanvraag niet in behandeling nam zolang hij in detentie was. Na vrijlating werd zijn uitkering heropend op basis van een medisch onderzoek, zonder arbeidskundig onderzoek, waarbij werd geconcludeerd dat zijn medische situatie ongewijzigd was.
Appellant stelde in hoger beroep dat ook zijn claim van toegenomen arbeidsongeschiktheid beoordeeld had moeten worden. De Raad overwoog dat op grond van artikel 47b van de WAO alleen aanspraak op heropening bestaat indien appellant op de dag van vrijlating arbeidsongeschikt is, en dat deze arbeidsongeschiktheid moet worden vastgesteld via een medisch en arbeidskundig onderzoek.
De Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte geen arbeidskundig onderzoek had verricht en dat het besluit over de toename van arbeidsongeschiktheid buiten het geding viel omdat dit nog niet was beoordeeld. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het bestreden besluit de heropening van de WAO-uitkering betreft, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover het de heropening van de WAO-uitkering betreft, met inachtneming dat de rechtsgevolgen in stand blijven.