ECLI:NL:CRVB:2007:BA8200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering
Appellante, een vrouw met langdurige psychische klachten en herhaalde psychiatrische opnames, verzocht om een WAO-uitkering na afloop van de wettelijke wachttijd. Het UWV weigerde de uitkering omdat zij met gangbare arbeid een voldoende inkomen kon verwerven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen niet waren onderschat.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de arbeidsbeperkingen van appellante weliswaar ernstig en duurzaam zijn, maar dat het UWV onvoldoende gemotiveerd had waarom het verzoek tot uitkering werd geweigerd. De Raad vond het te verwachten ziekteverzuim geen reden om het verdienvermogen te ontkennen en wees het beroep op het Schattingsbesluit af.
Hoewel het besluit werd vernietigd wegens gebrek aan draagkrachtige motivering, liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.