ECLI:NL:CRVB:2007:BA8573
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslag wegens wangedrag bij Koninklijke Marechaussee
Betrokkene, een beroepsmilitair bij de Koninklijke Marechaussee, werd ontslagen wegens wangedrag nadat hij buiten diensttijd een persoon mishandelde. Dit ontslag werd gehandhaafd na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het ontslagbesluit wegens disproportionaliteit.
De Staatssecretaris van Defensie stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de werking van de uitspraak te schorsen. De voorzieningenrechter overwoog dat het enkele vermoeden dat het hoger beroep succesvol zal zijn onvoldoende is voor een voorlopige voorziening, mede omdat de wetgever het risico van uitvoering van een in hoger beroep aangevochten ontslagbesluit bewust bij het bestuursorgaan legt.
De voorzieningenrechter vond de aangevoerde redenen over de onwenselijkheid van terugkeer van betrokkene te algemeen en onvoldoende specifiek. Bovendien was betrokkene tot het ontslag zonder belemmering werkzaam en was zijn functioneren goed beoordeeld. Betrokkene zag voorlopig af van nabetaling van salaris, waardoor een zwaarwegend spoedeisend belang ontbrak.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werd de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten aan betrokkene. Betrokkene zal uiterlijk 1 augustus 2007 worden toegelaten tot zijn functie en aanspraak maken op salaris vanaf die datum.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslag wegens wangedrag wordt afgewezen en betrokkene wordt toegelaten tot zijn functie.