ECLI:NL:CRVB:2007:BA8597

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-1978 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herroeping intrekking WAO-uitkering wegens gewijzigde arbeidsongeschiktheid

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 13 januari 2002 in te trekken vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees het beroep af. In hoger beroep benoemde de Raad een deskundige die een rapport uitbracht. Naar aanleiding hiervan wijzigde het UWV haar standpunt en stelde zij de arbeidsongeschiktheid van appellant alsnog op 80 tot 100%.

De Raad stelde vast dat hierdoor geen geschil meer bestond over de mate van arbeidsongeschiktheid en vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. De Raad herroept het primaire besluit en laat de uitkering ongewijzigd doorlopen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten aan appellant.

De procedure kenmerkte zich door het heropenen van het onderzoek en het benoemen van een deskundige, waarna het UWV haar standpunt wijzigde. De Raad benadrukte dat het hoger beroep niet werd ingetrokken omdat het UWV geen nieuwe beslissing op bezwaar had genomen. Het oordeel van de Raad leidde tot een gunstige uitkomst voor appellant met volledige handhaving van zijn WAO-uitkering.

Uitkomst: Het primaire besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt herroepen en de uitkering wordt voortgezet op basis van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

04/1978 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 maart 2004, 02/2896 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 29 juni 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. D.S. de Ploeg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 juni 2006. Voor appellant is voornoemde gemachtigde verschenen en het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.B. van der Horst.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een deskundige benoemd.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 16 november 2001 heeft het Uwv aan appellant meegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 13 januari 2002 wordt ingetrokken aangezien hij voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.
Namens appellant is tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bij het bestreden besluit van 27 mei 2002 heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 16 november 2001 gehandhaafd.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Raad dr. H.N. Sno, psychiater, benoemd als deskundige voor het instellen van een onderzoek.
Naar aanleiding van de uitgebrachte rapportage van dr. Sno heeft het Uwv bij schrijven van 25 januari 2007 de Raad bericht thans het standpunt in te nemen dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per de datum in geding alsnog op 80 tot 100% gesteld kan worden.
De gemachtigde van appellant heeft benadrukt dat het hoger beroep niet wordt ingetrokken aangezien het Uwv geen nieuwe beslissing op bezwaar heeft afgegeven.
De Raad stelt vast dat, gelet op het gewijzigde standpunt van het Uwv, geen geschil meer bestaat tussen partijen over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant. De aangevallen uitspraak en het bestreden besluit liggen voor vernietiging gereed. De Raad zal zelf in de zaak voorzien door het primaire besluit te herroepen. De uitkering loopt dusdoende per datum in geding ongewijzigd door naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten van appellant, welke met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht zijn begroot op € 644,= voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 644,= voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.288,=
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart het beroep tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigt dat besluit;
Herroept het primaire besluit van 16 november 2001;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant tot een bedrag groot € 1.288,= te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 131,= vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
MK