ECLI:NL:CRVB:2007:BA8637

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
14 juni 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6103 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij AOW-toekenning

Appellante en haar echtgenoot verhuisden definitief van Antigua naar Groot-Brittannië en hielden het correspondentieadres in Nederland aan. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stuurde besluiten over de AOW-toekenning naar dit correspondentieadres. Appellante maakte bezwaar tegen een korting op haar AOW-pensioen, maar diende dit te laat in.

De Svb verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn, en de rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig indienen van bezwaar door tekortschieten van degene die de post behandelde, niet verschoonbaar is. Appellante had onvoldoende maatregelen getroffen om tijdig kennis te nemen van de besluiten.

In hoger beroep voerde appellante aan dat de Svb foutief de correspondentie naar het oude adres had gestuurd en dat het wijzigingsformulier geen mogelijkheid bood om het postadres te wijzigen. De Raad stelde vast dat het correspondentieadres bewust was gehandhaafd en dat het formulier wel degelijk de mogelijkheid bood om het postadres te wijzigen.

De Raad concludeerde dat het besluit op de juiste wijze was bekendgemaakt en dat de bezwaartermijn is overschreden zonder verschoonbare reden. De omstandigheden die tot de overschrijding leidden, zijn voor rekening van appellante. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de korting op het AOW-pensioen is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.

Uitspraak

06/6103 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 oktober 2006, 06/621 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 14 juni 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft haar echtgenoot hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellante is nog een reactie op het verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2007. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door K. van Ingen.
Tijdens de behandeling van het geding ter zitting heeft de Raad het onderzoek ter zitting geschorst en de Svb verzocht een nadere vraag van de Raad te onderzoeken.
Bij brief van 8 mei 2007 heeft de Svb aan de Raad de gevraagde schriftelijke inlichtingen verstrekt.
De nadere zitting heeft plaatsgevonden op 31 mei 2007, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij brief van 10 juli 2005 is door appellante en haar echtgenoot aan de Svb medegedeeld dat zij zich vanuit Antigua definitief in Engeland hebben gevestigd en dat de echtgenoot derhalve weer recht heeft op een toeslag ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Bij deze adreswijziging is verzocht het formulier levensbewijs op te sturen naar het correspondentieadres in Nederland. Ook op het wijzigingsformulier van 20 juli 2005 is dit correspondentieadres vermeld en is aangegeven dat het een wijziging van het woonadres betreft welke wijziging ook voor de partner geldt.
Bij besluit van 30 augustus 2005 heeft de Svb aan de echtgenoot van appellante medegedeeld dat zijn pensioen ingevolge de AOW wordt herzien met ingang van de maand waarin zijn partner 65 jaar wordt omdat de toeslag op het AOW-pensioen vervalt.
Bij besluit van eveneens 30 augustus 2005 heeft de Svb aan appellante met ingang van januari 2006 een AOW-pensioen toegekend met een korting van 52% omdat appellante 26 jaar niet verzekerd is geweest. Beide besluiten zijn verzonden naar het correspondentieadres in Nederland.
Bij brief van 13 oktober 2005, door de Svb ontvangen op 7 november 2005, wordt namens appellante bezwaar gemaakt tegen de korting op het haar toegekende AOW-pensioen. In die brief is het contactadres in Nederland vermeld.
Desgevraagd is namens appellante voor de reden van de termijnoverschrijding aangegeven dat er sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Het correspondentieadres is het adres van een zwager die al jaren de correspondentie van appellante en haar echtgenoot behandelt en dit heeft in het verleden altijd goed gewerkt. Door ernstige familieomstandigheden heeft zijn functie als postbehandelaar niet meer goed gewerkt. Voorts hoorde appellante door haar vakantie pas eind september dat er een brief van de Svb was gearriveerd en is die brief voorts met veel vertraging door appellante in Engeland ontvangen. Verzocht is om verdere correspondentie voortaan rechtstreeks naar het adres in Groot-Brittannië te zenden.
Bij het besluit op bezwaar van 5 januari 2006 heeft de Svb het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard onder de overweging dat de termijn voor het indienen van bezwaar is overschreden en dat niet is gebleken dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar moet worden geacht.
De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb op goede gronden overwogen dat het te laat indienen van een bezwaarschrift als gevolg van tekortschieten door degene die de post voor appellante behandelde geen verschoonbare termijnoverschrijding oplevert. Onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Raad, onder meer USZ 2002/290, heeft de rechtbank voorts overwogen dat een betrokkene die voor een langere tijd afwezig is, toereikende maatregelen dient te treffen ter behartiging van de eigen belangen. Als wordt nagelaten om adequate maartregelen te treffen om tegen een of meer ontvangen besluiten tijdig bezwaar - al dan niet op nader aan te geven gronden - aan te tekenen, moet dit voor rekening en risico van de betrokkene blijven.
In hoger beroep is namens appellante aangevoerd dat de Svb ten onrechte de correspondentie naar het oude correspondentieadres in Nederland heeft gezonden in plaats van naar het woonadres in Groot-Brittannië. Bovendien was er op het wijzigingsformulier geen mogelijkheid om het postadres te wijzigen. De fout ligt geheel bij de Svb.
Bij brief van 8 mei 2007 heeft de Svb desgevraagd aan de Raad bericht dat appellante en haar echtgenoot op 16 augustus 1980 naar Antigua zijn verhuisd en voorts per 1 januari 2006 van Antigua naar Groot-Brittannië. Volgens de Svb zijn er dan ook geen internationale bepalingen van toepassing op de uitreiking van de beslissing inzake de toekenning van het AOW-pensioen aan appellante.
De Raad overweegt als volgt.
Uit de gedingstukken valt op te maken dat het correspondentieadres in Nederland op verzoek van appellante en haar echtgenoot reeds langere tijd door de Svb werd gebruikt en dat dit ook na de verhuizing van appellante en haar echtgenoot naar Groot-Brittannië niet door appellante is gewijzigd. Op het wijzigingsformulier van 20 juli 2005 is het woonadres als gewijzigd adres opgegeven en is het correspondentieadres in Nederland gehandhaafd. In tegenstelling tot wat appellante heeft betoogd gaf het formulier wel de mogelijkheid een eventuele wijziging in het postadres aan te geven. Eerst toen na het op 13 oktober 2005 ingediende bezwaarschrift bleek dat de bezwaartermijn was overschreden omdat de postbehandeling door het familielid in Nederland niet naar wens was verlopen, heeft appellante de Svb op 12 november 2005 verzocht de correspondentie voortaan naar het woonadres in Groot-Brittannië te sturen. De Raad is dan ook van oordeel dat het besluit van 30 augustus 2005 door de Svb terecht naar het correspondentieadres in Nederland is verzonden en dat dit besluit derhalve door toezending naar dat adres op de juiste wijze is bekendgemaakt.
De bezwaartermijn van zes weken is op grond van de artikel 6:7 en Pro 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gaan lopen op de dag na die verzending en is derhalve overschreden. Bij de keuze van een correspondentieadres in Nederland is het aan betrokkene ervoor zorg te dragen dat hij tijdig kennis draagt van de inhoud van de post dan wel dat degene die zijn post op dat adres in ontvangst neemt zijn belangen naar behoren behartigt. De omstandigheden die namens appellante in het bezwaarschrift zijn genoemd die hebben geleid tot de termijnoverschrijding moeten voor haar rekening komen en kunnen dan ook niet tot het oordeel leiden dat de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar kan worden geacht. De aangevallen uitspraak komt derhalve voor bevestiging in aanmerking.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.F. van Moorst als griffier, uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2007.
(get.) T.L. de Vries.
(get.) M.F. van Moorst.
EK1906