ECLI:NL:CRVB:2007:BA8890

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-3008 WW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.A. Hoogeveen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbAlgemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen voorlichtende folder UWV

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een door het UWV uitgegeven 'toelichting werkwijze voor werkzoekenden EU-landen'. Het UWV verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de toelichting niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt, maar slechts een voorlichtende folder betreft zonder rechtsgevolgen.

De rechtbank Amsterdam heeft dit standpunt bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank vond het terecht dat het UWV afzag van het horen van appellant omdat het bezwaarschrift kennelijk ongegrond was.

In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank onderschreven en het bezwaar van appellant eveneens niet-ontvankelijk verklaard. De Raad vond geen aanleiding om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen en bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak.

De procedure vond plaats zonder mondelinge behandeling, waarbij partijen toestemming gaven het onderzoek ter zitting achterwege te laten. De uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen, in aanwezigheid van griffier P. Boer.

Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de voorlichtende folder van het UWV is terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

06/3008 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], Duitsland (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2006, 04/4705 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 mei 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. D. Grégoire, advocaat te Sittard, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Partijen hebben desgevraagd toestemming verleend het onderzoek ter zitting achterwege te laten.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt voorop dat het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de Werkloosheidswet (WW) en de daarop berustende bepalingen, zoals die luidden ten tijde als hier van belang.
2. Bij bestreden besluit van 10 september 2004 heeft het Uwv het bezwaar van appellant van 12 augustus 2004, gericht tegen een “toelichting werkwijze voor werkzoekenden
EU-landen ”(hierna: Toelichting), niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft het Uwv overwogen dat de Toelichting geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Uwv heeft afgezien van het horen van appellant in bezwaar, omdat naar de mening van het Uwv sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaarschrift.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat het Uwv zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de Toelichting niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb, in welk verband zij van belang acht dat de Toelichting dient te worden aangemerkt als een voorlichtende folder en derhalve niet op rechtsgevolg is gericht. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het Uwv terecht heeft afgezien van het horen nu uit het bezwaarschrift reeds aanstonds bleek dat de bezwaren ongegrond waren en er redelijkerwijs over die conclusie geen twijfel mogelijk was.
4. De in hoger beroep aan de orde zijnde vraag of de rechtbank kan worden gevolgd in haar oordeel dat appellant in zijn bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard, beantwoordt de Raad bevestigend. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dienaangaande en maakt de overwegingen die haar tot dat oordeel hebben geleid tot de zijne. Hetgeen door appellant in hoger beroep nog is aangevoerd, acht de Raad door het Uwv bij het verweerschrift van 29 juni 2006 afdoende weerlegd en hij volstaat hier met daarnaar te verwijzen.
5. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.A. Hoogeveen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier, uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2007.
(get.) M.A. Hoogeveen.
(get.) P. Boer.
BvW
245