ECLI:NL:CRVB:2007:BA9039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt WAO-besluit en toewijst schadevergoeding wegens onjuiste arbeidsongeschiktheidsclassificatie
Appellante, een voormalige reisburomedewerkster, viel in 1995 uit wegens vermoeidheidsklachten en kreeg een WAO-uitkering toegekend die in 1998 werd herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%. In 2003 werd haar arbeidsongeschiktheid opnieuw beoordeeld en vastgesteld op 25 tot 35%, wat leidde tot een verlaging van haar uitkering per 5 januari 2004. Appellante maakte bezwaar en stelde dat zij meer beperkt was dan aangenomen, onderbouwd met medische verklaringen van haar neuroloog.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV ten onrechte de mate van arbeidsongeschiktheid op 35 tot 45% had vastgesteld in het bestreden besluit 1. Daarom vernietigde de Raad dit besluit en de aangevallen uitspraak. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro toegewezen, waarbij de wijze van berekening werd verwezen naar een eerdere uitspraak van de Raad.
Ten aanzien van het latere bestreden besluit 2, waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 55 tot 65%, oordeelde de Raad dat dit besluit op een deugdelijke medische grondslag berustte. De medische onderzoeken en rapportages, inclusief die van de neuroloog, ondersteunden deze inschatting. De Raad zag geen aanleiding om een deskundige te raadplegen en achtte de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante en tot terugbetaling van het griffierecht. Hiermee werd het beroep tegen het eerste besluit gegrond verklaard en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond.
Uitkomst: Het eerste UWV-besluit wordt vernietigd en schadevergoeding toegekend; het tweede besluit wordt gehandhaafd.