ECLI:NL:CRVB:2007:BA9153
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks geschil over arbeidsbeperkingen en functiegeschiktheid
Appellante, werkzaam als meewerkend voorvrouw, meldde zich ziek vanwege hoge bloeddruk en spanningsklachten. Het UWV kende haar een WAO-uitkering toe, die later werd herzien na een medische en arbeidsdeskundige beoordeling, waarbij haar beperkingen werden vastgesteld en vertaald in een functionele mogelijkhedenlijst (FML).
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de gewijzigde beperkingen onvoldoende waren gemotiveerd en dat zij niet de kans had gekregen om op deze nieuwe beperkingen te reageren. Tevens betwistte zij haar geschiktheid voor de geselecteerde functies en stelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat deze functies haar belastbaarheid niet overschrijden.
De Raad oordeelde dat de beperkingen door de bezwaarverzekeringsarts overtuigend waren gemotiveerd en dat appellante met deze beperkingen de geselecteerde functies kan verrichten. De grieven over andere functies behoefden geen bespreking meer. Ook was het niet noodzakelijk appellante gelegenheid te geven om op de aangepaste beperkingen te reageren, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren ingebracht.
De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee het beroep van appellante ongegrond werd verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en verklaart het beroep van appellante ongegrond.