ECLI:NL:CRVB:2007:BA9504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het oordeel over arbeidsongeschiktheid en weigering WAO-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als medewerker schadeservice, viel uit wegens vermoeidheidsklachten en pijn. Medische rapportages van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen concludeerden dat zij beperkt maar medisch geschikt was voor haar eigen werk, met een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Het UWV weigerde daarom een WAO-uitkering toe te kennen.
Appellante maakte bezwaar en voerde nieuwe medische informatie aan, waaronder een brief van een internist die haar inzetbaarheid op halve werktijd stelde. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden echter de eerdere beoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de medische beperkingen correct zijn vastgesteld op de peildatum 30 oktober 2003. Latere stukken over reïntegratie en urenbeperking, die na deze datum zijn opgesteld, kunnen geen invloed hebben op de beoordeling. De Raad ziet geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.