ECLI:NL:CRVB:2007:BA9584
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken blijvende invaliditeit
Appellant, geboren in 1931 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in maart 2006 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van lichamelijke en psychische klachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen. Verweerster wees de aanvraag af omdat de lichamelijke klachten niet oorzakelijk verband hielden met de oorlog en de psychische klachten, hoewel aanwezig, geen beperkingen in het dagelijks functioneren veroorzaakten.
Appellant voerde in beroep aan dat zijn psychische klachten zoals slaapproblemen, nare herinneringen en huilbuien wel degelijk ernstige beperkingen opleveren. Hij stelde dat het medisch onderzoek te beperkt was en dat hij zijn problematiek onvoldoende heeft kunnen toelichten. De Raad stelde vast dat de medische adviezen van de geneeskundig adviseurs van verweerster, gebaseerd op uitgebreid onderzoek en informatie uit de behandelende sector, geen aanleiding geven het besluit te herzien.
De Raad oordeelde dat de psychische klachten niet leiden tot invaliditeit en dat appellant zich niet onder gerichte medische behandeling heeft gesteld. Observaties uit de familiekring konden geen doorslaggevend gewicht krijgen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Een vergoeding van proceskosten werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit.