ECLI:NL:CRVB:2007:BA9585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- A.A.M. Mollee
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaald wachtgeld wegens onvoldoende aannemelijkheid verhoogde inkomsten
Appellant was tot 13 september 1999 werkzaam als arts naast zijn huisartspraktijk en kreeg wachtgeld toegekend na ontslag wegens opheffing van zijn functie. Het college verrekende een deel van het wachtgeld met de toegenomen winst uit zijn huisartsenpraktijk over 2000, omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat deze winststijging niet het gevolg was van verhoogde werkzaamheid of verband hield met het ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en verwierp het beroep op het vertrouwensbeginsel. De Raad overwoog dat de vermeende garantie van een medewerker slechts betrekking had op een specifieke (straf)korting en niet op andere verrekeningen. Tevens bevestigde de Raad dat appellant de last heeft aannemelijk te maken dat de inkomstenstijging niet samenhangt met verhoogde werkzaamheid of ontslag.
Appellant had onvoldoende informatie verstrekt over relevante inkomsten, patiëntenbestand en kosten, waardoor geen aannemelijkheid bestond. De Raad volgde de rechtbank en het college in hun oordeel en zag geen aanleiding proceskosten toe te wijzen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaald wachtgeld wegens onvoldoende aannemelijkheid van niet-ontslaggerelateerde inkomstenstijging.