ECLI:NL:CRVB:2007:BA9682

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-4292 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 18 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep en terugverwijzing naar rechtbank voor behandeling als verzet

Appellant heeft bij de IB-Groep bezwaar gemaakt tegen een brief van een incassobureau, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank Groningen heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro, waarbij abusievelijk een hogerberoepclausule is opgenomen in plaats van een verzetclausule.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat tegen een uitspraak op grond van artikel 8:54 Awb Pro geen hoger beroep openstaat, maar verzet kan worden ingesteld bij de rechtbank. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd om het hoger beroep te behandelen en verwijst het beroepschrift door naar de rechtbank voor behandeling als verzet.

Daarnaast gelast de Raad dat het griffierecht aan appellant wordt terugbetaald vanwege de onjuiste rechtsmiddelclausule. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door J. Janssen op 13 juli 2007.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd het hoger beroep te behandelen en verwijst het beroepschrift terug naar de rechtbank voor behandeling als verzet, met terugbetaling van het griffierecht aan appellant.

Uitspraak

06/4292 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 12 juni 2006, kenmerk 06/485 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 13 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2007. Appellant is niet verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door
mr. K.F. Hofstee.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft bij de IB-Groep een bezwaarschrift ingediend naar aanleiding van een brief van een incassobureau.
Bij besluit van 15 februari 2006 heeft de IB-Groep dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard.
De Raad overweegt het volgende.
De rechtbank heeft de zaak vereenvoudigd afgedaan met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Tegen een met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb gegeven uitspraak kan ingevolge artikel 8:55 van Pro de Awb verzet worden gedaan bij de rechtbank. Tegen een met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb gegeven uitspraak staat ingevolge artikel 18 van Pro de Beroepswet geen hoger beroep open. De rechtbank heeft abusievelijk een hogerberoepclausule in plaats van een verzetclausule onder haar uitspraak opgenomen.
Uit het vorenstaande volgt dat de Raad niet bevoegd is van het hoger beroep kennis te nemen.
De Raad zal het beroepschrift van appellant doorzenden naar de rechtbank ter behandeling als verzetschrift.
De Raad ziet in de omstandigheid dat de rechtbank een onjuiste rechtsmiddelclausule heeft vermeld aanleiding om te gelasten dat de griffier het griffierecht aan appellant terugbetaalt.
Er is geen grond voor een proceskostenvergoeding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart zich onbevoegd;
Bepaalt dat het beroepschrift zal worden doorgezonden naar de rechtbank;
Bepaalt dat de griffier het griffierecht aan appellant terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.