ECLI:NL:CRVB:2007:BA9685

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-5524 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van herziening WAO-uitkering op basis van medische beoordeling

Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te herzien en te baseren op een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische onderbouwing en de selectie van passende functies door het UWV onderschreef.

Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische grondslag onjuist was, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de aangevoerde argumenten geen twijfel opriepen over de juistheid van de medische beoordeling en de passendheid van de functies die ten grondslag lagen aan het besluit.

De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.

Uitspraak

06/5524 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank 's Gravenhage van 10 augustus 2006, kenmerk 06/2412 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 13 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Mr. O. Labordus, werkzaam bij DAS Rechtsbijstand, heeft namens appellante hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 juni 2007. Appellante en haar gemachtigde zijn zoals schriftelijk aangekondigd niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door C. van Nood.
II. OVERWEGINGEN
Bij besluit van 15 april 2004 heeft het Uwv beslist dat appellante per 19 maart 2004 ongewijzigd aanspraak heeft op een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%.
Bij besluit van 17 november 2004 heeft het Uwv het door appellante tegen het besluit van 15 april 2004 gemaakte bezwaar gegrond (lees: ongegrond) verklaard en haar uitkering, met inachtneming van een uitlooptermijn van twee maanden, met ingang van 6 december 2004 herzien en nader vastgesteld naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
Bij uitspraak van 5 juli 2005, kenmerk 04/5479, heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 17 november 2004 niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 10 maart 2006, kenmerk 05/4717, heeft de Raad die uitspraak vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 november 2004 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met de medische grondslag van het bestreden besluit en de bij de mate van arbeidsongeschiktheid in aanmerking genomen functies ontmoetten bij de rechtbank geen bezwaar.
Appellante bestrijdt de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit. Haar beroepsgronden komen overeen met de gronden die zij in het eveneens op 1 juni 2007 ter zitting behandelde geding met kenmerk 04/5739 heeft aangevoerd.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De door appellante aangedragen argumenten roepen geen twijfel op aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit en de passendheid in medisch opzicht van de aan dat besluit ten grondslag gelegde uit het CBBS geselecteerde functies.
Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.