ECLI:NL:CRVB:2007:BA9703
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag voorziening verhuis- en herinrichtingskosten op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, vroeg een voorziening in verhuis- en herinrichtingskosten aan. Na een herseninfarct in 1999 en een verslechterde relatie met zijn echtgenote, verhuisde appellant in 2005 naar een goedkopere woning. De aanvraag werd afgewezen omdat de verhuizing niet medisch noodzakelijk was door de uit de vervolging voortvloeiende psychische klachten.
De Raad overwoog dat uit medisch onderzoek bleek dat de verhuizing het gevolg was van karakterveranderingen door het CVA en niet direct door causale psychische klachten. Hoewel het CVA een negatieve invloed had op de huwelijksrelatie, was dit niet de doorslaggevende reden voor de echtscheiding en verhuizing. De medische adviezen ondersteunden dat praktische en financiële redenen de verhuizing motiveerden.
De Raad concludeerde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de verhuizing medisch noodzakelijk was op grond van causale ziekten of gebreken zoals bedoeld in de Wet. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de voorziening bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aanvraag voor verhuis- en herinrichtingskosten afgewezen.