ECLI:NL:CRVB:2007:BB0094
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks geschil over medische beperkingen en visusklachten
Appellant, die sinds 1997 arbeidsongeschikt is wegens psychische klachten, kreeg een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2003 concludeerde een verzekeringsarts dat appellant belastbaar was voor beperkt werk, waarna de uitkering in 2004 werd beëindigd. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder rugpijn, psychische problemen en vermoeidheid, onvoldoende waren meegewogen en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden.
In hoger beroep werden aanvullende medische verklaringen overgelegd, waaronder visusklachten die aanvankelijk niet waren meegenomen. De bezwaarverzekeringsarts paste daarop de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan, maar dit leidde niet tot wijziging van de mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen juist waren vastgelegd en dat lichamelijke klachten, behalve visusproblemen, samenhangen met psychische klachten.
De Raad vond geen aanleiding om het eerdere oordeel te wijzigen en bevestigde het bestreden besluit. Het enkele feit dat appellant later een Ziektewetuitkering ontving, deed hieraan niet af. De geschiktheid voor de geduide functies was voldoende aangetoond door het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering van appellant.