ECLI:NL:CRVB:2007:BB0113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bestuurder niet aansprakelijk voor onbetaalde premies wegens gebrek aan kennelijk onbehoorlijk bestuur
Appellant was bestuurder van een vennootschap die failliet werd verklaard. Het UWV stelde appellant hoofdelijk aansprakelijk voor onbetaald gelaten premies over 1997-2001. De rechtbank oordeelde dat sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, maar de Raad vernietigt dit oordeel wegens onvoldoende bewijs en gebrek aan causaal verband.
De Raad overwoog dat hoewel er sprake was van niet-regulier geboekte loonbetalingen en een minder professioneel beleid, dit niet voldoende was om kennelijk onbehoorlijk bestuur aan te nemen. Tevens was er geen duidelijk verband tussen het bestuurshandelen en de premieschulden. Het UWV had bovendien geen deugdelijke motivering gegeven voor het besluit.
De Raad vernietigde het besluit en de aangevallen uitspraak, herroept het primaire besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Het griffierecht werd eveneens vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant wordt vernietigd wegens gebrek aan kennelijk onbehoorlijk bestuur en onvoldoende motivering.