ECLI:NL:CRVB:2007:BB0172
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als oproepkracht in de terminale zorg, meldde zich ziek in 1997 met psycho-somatische klachten. Na een initiële toekenning van een WAO-uitkering op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid, vond in 2003 een herbeoordeling plaats. Verzekeringsarts Erkens concludeerde dat de medische beperkingen niet duidelijk maakten waarom appellante niet kon functioneren op de arbeidsmarkt, wat leidde tot een verlaging van de arbeidsongeschiktheidspercentage naar 25-35% per 2004.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening, waarbij zij medische rapporten overlegde die onder meer psychische klachten en persoonlijkheidsstoornissen beschreven. De bezwaarverzekeringsarts Heeskens-Reijnen oordeelde dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) voldoende rekening hield met de beperkingen en dat er geen duurzaam benutbare beperkingen waren die een hogere mate van arbeidsongeschiktheid rechtvaardigden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens procedurele redenen, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV en verwierp het beroep van appellante. Nieuwe medische gegevens, waaronder brieven van een neuroloog, werden niet voldoende geacht om het oordeel te wijzigen.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht was genomen en dat de vermindering van de WAO-uitkering op juiste gronden was gebaseerd. Er werd geen aanleiding gezien om de proceskosten in hoger beroep toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot verlaging van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.