ECLI:NL:CRVB:2007:BB0263

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
13 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6254 AKW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding in hoger beroep sociale zekerheidsrecht

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens diende appellant verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd te laat ingediend.

De Raad beoordeelde dat de termijn voor het indienen van het verzetschrift zes weken bedroeg, ingaande de dag na verzending van de uitspraak. De uitspraak was op 22 mei 2006 verzonden, waardoor de termijn liep tot en met 3 juli 2006. Het verzetschrift werd echter pas op 23 november 2006 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

De Raad constateerde dat de uitspraak correct was verzonden en niet was retour gekomen, en dat er geen verschoonbare redenen waren voor de termijnoverschrijding. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Appellant had aangegeven de uitspraak niet te hebben ontvangen, maar dit leidde niet tot een nieuwe termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan door rechter J. Janssen en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 13 juli 2007. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzet van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.

Uitspraak

05/6254 AKW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 22 juli 2005, 04/1157 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna Svb)
Datum uitspraak: 13 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van 19 mei 2006 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen voornoemde uitspraak heeft appellant bij schrijven van 16 november 2006, bij de Raad ontvangen op 23 november 2006, verzet gedaan.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting op 1 juni 2007, waar beide partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad dient in de eerste plaats te beoordelen of appellant ontvankelijk is in zijn verzet.
Ingevolge de op grond van artikel 8:55, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing verklaarde artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van de Awb geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de uitspraak door middel van toezending aan belanghebbende is bekendgemaakt.
Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
De uitspraak van de Raad is verzonden op 22 mei 2006, waardoor de termijn voor het instellen van verzet liep van 23 mei 2006 tot en met 3 juli 2006.
Nadat de Raad bij schrijven van 14 juli 2006 aan partijen heeft bericht dat tegen de uitspraak van de Raad van 19 mei 2006 geen verzet is gedaan, heeft appellant aangegeven dat hij de uitspraak van de Raad van 19 mei 2006 niet heeft ontvangen. Op
19 oktober 2006 heeft de Raad de uitspraak ter informatie aan appellant verzonden, waarbij geen nieuwe termijn is gaan lopen.
Het verzetschrift is op 23 november 2006 ter griffie van de Raad ontvangen, waardoor de termijn voor het instellen van verzet is overschreden.
De Raad stelt vast dat de uitspraak van 19 mei 2006 op 22 mei 2006 aangetekend is verzonden aan het juiste adres en dat deze uitspraak niet bij de Raad is retour ontvangen. De Raad is niet gebleken van redenen om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Gelet op het voorgaande dient het verzet niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van D.W.M. Kaldenhoven als griffier, uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) D.W.M. Kaldenhoven.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
JL