ECLI:NL:CRVB:2007:BB0263
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens termijnoverschrijding in hoger beroep sociale zekerheidsrecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam in een sociale zekerheidszaak. De Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Vervolgens diende appellant verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd te laat ingediend.
De Raad beoordeelde dat de termijn voor het indienen van het verzetschrift zes weken bedroeg, ingaande de dag na verzending van de uitspraak. De uitspraak was op 22 mei 2006 verzonden, waardoor de termijn liep tot en met 3 juli 2006. Het verzetschrift werd echter pas op 23 november 2006 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.
De Raad constateerde dat de uitspraak correct was verzonden en niet was retour gekomen, en dat er geen verschoonbare redenen waren voor de termijnoverschrijding. Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Appellant had aangegeven de uitspraak niet te hebben ontvangen, maar dit leidde niet tot een nieuwe termijn. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter J. Janssen en griffier D.W.M. Kaldenhoven op 13 juli 2007. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzet van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van het verzetschrift.