ECLI:NL:CRVB:2007:BB0293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van in rechte onaantastbaar geworden WAO-besluit
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op een eerder genomen, in rechte onaantastbaar geworden besluit waarin een WAO-uitkering werd geweigerd. Het UWV wees dit verzoek af omdat uit onderzoek bleek dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit zouden kunnen wijzigen.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd eveneens ongegrond verklaard na heroverweging door een bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing ongegrond, stellende dat het aangevoerde nieuwe bewijs, een brief van een klinisch psycholoog, geen relevant nieuw feit bevatte in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat een nieuw verzoek om een afwijzend besluit te herzien alleen in behandeling hoeft te worden genomen indien er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De brief van de psycholoog betrof slechts een gewijzigde visie op reeds bekende feiten, en kon daarom geen aanleiding geven tot herziening. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het UWV terecht het verzoek van appellant had afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het in rechte onaantastbaar geworden besluit tot afwijzing van de WAO-uitkering.