ECLI:NL:CRVB:2007:BB0325
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij borderline diagnose
Appellante, laatstelijk werkzaam als steksteekster, viel uit wegens depressieve klachten en werd medisch onderzocht in het kader van een WAO-uitkering. De verzekeringsarts stelde een psychische stoornis vast, maar vond dat appellante geschikt was voor haar eigen werk, mits met voldoende steun en structuur. De beperkingen werden vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellante geschikt was voor haar routinematige werkzaamheden en stelde de arbeidsongeschiktheid op minder dan 15%. Het UWV weigerde daarop een WAO-uitkering toe te kennen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid.
Hoewel een bezwaarverzekeringsarts een borderline diagnose stelde, vond de Raad dat de FML voldoende aansloot bij deze diagnose. Ook de psychiater van appellante onderschreef de beperkingen zoals vastgesteld. De stelling dat de beperkingen vanwege borderline niet volledig waren vastgesteld, werd niet onderbouwd met medische gegevens. De Raad concludeerde dat appellante geschikt is voor haar eigen werk en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante niet arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.