ECLI:NL:CRVB:2007:BB0737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging berekening gedifferentieerde WAO-premies ex-werknemers
Appellante betwistte de berekening van de gedifferentieerde WAO-premies door het UWV, waarbij WAO-uitkeringen aan ex-werknemers werden meegenomen. Zij voerde aan dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van betrokkenen na het einde van hun dienstverband lag, waardoor deze niet in de premieberekening zouden moeten worden betrokken.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat, bij gebrek aan tegenbewijs, de betrokkenen op hun eerste arbeidsongeschiktheidsdag nog in dienst waren van appellante, waardoor het UWV terecht de WAO-uitkeringen heeft meegenomen in de premie. Appellante wilde in hoger beroep het geschil uitbreiden met andere ex-werknemers en het registratiesysteem van het UWV aanvechten.
De Centrale Raad van Beroep beperkte het geschil tot de oorspronkelijke vraag en bevestigde de uitspraken van de rechtbank. De Raad oordeelde dat het registratiesysteem van het UWV, dat werkgeversgegevens bijhoudt, in principe bepalend is voor de vraag of werknemers op hun eerste arbeidsongeschiktheidsdag in dienst waren. Het overleggen van loonstroken en werkbriefjes kan dit niet zonder meer tegenspreken.
De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en bevestigde de aangevallen uitspraken, waarmee de berekening van de gedifferentieerde WAO-premies door het UWV werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkeringen aan ex-werknemers terecht zijn meegenomen in de berekening van de gedifferentieerde WAO-premies over 2004 en 2005.