ECLI:NL:CRVB:2007:BB0746
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Korting AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap tijdens langdurige studie in het buitenland
Het geschil betreft de vraag of betrokkene tijdens de periode van 9 september 1962 tot en met 8 januari 1970, waarin hij als kloosterling in het buitenland studeerde, als ingezetene in de zin van de AOW kan worden beschouwd. De Sociale Verzekeringsbank had een korting van 20% op zijn AOW-pensioen toegepast omdat betrokkene in die periode niet in Nederland woonde.
De rechtbank had betrokkene in het gelijk gesteld, stellende dat de bijzondere positie van betrokkene als kloosterling en beoogd pastor een uitzondering rechtvaardigde. In hoger beroep heeft de Raad dit oordeel heroverwogen aan de hand van de criteria voor ingezetenschap, waarbij juridische, economische en sociale bindingen met Nederland centraal staan.
De Raad concludeert dat betrokkene gedurende de genoemde periode het middelpunt van zijn maatschappelijk leven daadwerkelijk in het buitenland had, met een zwakke economische en sociale binding met Nederland. De intentie om na de studie het pastoraat in Nederland te vervullen en de bijzondere aard van de studie vormen geen reden om het verblijf in het buitenland te negeren.
Daarom is de korting op de AOW-uitkering terecht toegepast en wordt het hoger beroep van de Sociale Verzekeringsbank ongegrond verklaard. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep van betrokkene wordt afgewezen.
Uitkomst: De korting van 20% op de AOW-uitkering wegens niet-ingezetenschap tijdens langdurige studie in het buitenland is terecht toegepast.