ECLI:NL:CRVB:2007:BB0895
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.M. van de Kerkhof
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Vervallenverklaring uitspraak wegens schending fundamentele procedurevoorschriften in hoger beroep
De Minister van Justitie verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2005, dan wel subsidiair om die uitspraak vervallen te verklaren. De Raad stelde vast dat de Minister geen partij was in de oorspronkelijke procedure en daarom het verzoek om herziening niet-ontvankelijk was.
De Raad oordeelde dat tijdens het hoger beroep fundamentele procedurevoorschriften waren geschonden doordat de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie als belanghebbende niet was aangemerkt en niet was uitgenodigd om deel te nemen aan de procedure, zoals vereist op grond van artikel 8:26 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit was een ernstige procedurele tekortkoming.
Hoewel de Minister van Justitie op de hoogte was van het hoger beroep, was dit onvoldoende om de toepassing van artikel 8:26 Awb Pro te omzeilen. Daarom werd de uitspraak van 17 november 2005 vervallen verklaard. De zaak zal door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
Uitkomst: Verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard en eerdere uitspraak vervallen verklaard wegens schending procedurevoorschriften.