ECLI:NL:CRVB:2007:BB0895

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
31 juli 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-780 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • C.P.M. van de Kerkhof
  • L.J.A. Damen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:26 AwbArt. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervallenverklaring uitspraak wegens schending fundamentele procedurevoorschriften in hoger beroep

De Minister van Justitie verzocht om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 november 2005, dan wel subsidiair om die uitspraak vervallen te verklaren. De Raad stelde vast dat de Minister geen partij was in de oorspronkelijke procedure en daarom het verzoek om herziening niet-ontvankelijk was.

De Raad oordeelde dat tijdens het hoger beroep fundamentele procedurevoorschriften waren geschonden doordat de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie als belanghebbende niet was aangemerkt en niet was uitgenodigd om deel te nemen aan de procedure, zoals vereist op grond van artikel 8:26 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit was een ernstige procedurele tekortkoming.

Hoewel de Minister van Justitie op de hoogte was van het hoger beroep, was dit onvoldoende om de toepassing van artikel 8:26 Awb Pro te omzeilen. Daarom werd de uitspraak van 17 november 2005 vervallen verklaard. De zaak zal door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.

Uitkomst: Verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard en eerdere uitspraak vervallen verklaard wegens schending procedurevoorschriften.

Uitspraak

06/780 WW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van die uitspraak, alsmede uitspraak tot vervallenverklaring van de uitspraak van de Raad van 17 november 2005, 04/7299 WW.
Partijen:
1. de Minister van Justitie (hierna: verzoeker),
2. [K.] (hierna: [K.]),
3. de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 31 juli 2007
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft gevraagd om herziening van de door de Raad op 17 november 2005 gegeven uitspraak. Subsidiair heeft verzoeker gevraagd de uitspraak van 17 november 2005 vervallen te verklaren.
De Raad heeft verzoeker, [K.] en het Uwv op de hoogte gesteld van het voornemen de uitspraak van 17 november 2005 vervallen te verklaren. Verzoeker en [K.] hebben gereageerd op dit voornemen.
II. OVERWEGINGEN
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met artikel 21 van Pro de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Nu verzoeker geen partij was bij de procedure die heeft geleid tot de uitspraak van de Raad van 17 november 2005, dient het verzoek om herziening niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Bij de behandeling van het hoger beroep dat tot de uitspraak van 17 november 2005 heeft geleid zijn fundamentele procedurevoorschriften geschonden, nu de Minister van Vreemdelingenzaken en Integratie in het kader van de behandeling van dat hoger beroep als belanghebbende had behoren te worden aangemerkt en in verband daarmee op grond van artikel 8:26 van Pro de Awb, had moeten worden uitgenodigd om als partij aan dat geding deel te nemen.
Nu dit is verzuimd, dient de uitspraak van 17 november 2005 vervallen te worden verklaard. Het enkele feit dat verzoeker -zoals door [K.] is gesteld- op de hoogte was van het door [K.] ingestelde hoger beroep, maakt dit niet anders. Dit betekent immers niet dat de Raad artikel 8:26 Awb Pro niet had behoren toe te passen.
Na de vervallenverklaring van de uitspraak van 17 november 2005 zal de zaak door een andere kamer van de Raad opnieuw worden behandeld.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzoek om herziening niet-ontvankelijk;
Verklaart zijn uitspraak van 17 november 2005, 04/7299 WW, vervallen.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en L.J.A. Damen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 31 juli 2007.
(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.
(get.) R.E. Lysen.