ECLI:NL:CRVB:2007:BB1034
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten of omstandigheden
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon naar aanleiding van een fout in de dagloonvaststelling door het UWV. Deze fout werd in 2004 ontdekt en leidde tot een beleidswijziging waarbij herziening alleen werd toegekend voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek.
De rechtbank Breda had het beroep van appellant gegrond verklaard en het besluit van het UWV vernietigd. Het hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep richtte zich op de vraag of het UWV terecht de terugwerkende kracht van de herziening had geweigerd.
De Raad overwoog dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Het UWV heeft een zorgvuldige belangenafweging gemaakt door alleen lopende uitkeringen vanaf het verzoek te herzien. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere nationale en internationale bepalingen faalde. De Raad bevestigde daarom het bestreden vonnis en verwierp het hoger beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV om het WW-dagloon niet met terugwerkende kracht te herzien wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.