ECLI:NL:CRVB:2007:BB1046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat het UWV in 2004 had vastgesteld dat het dagloon in het verleden onjuist was vastgesteld vanwege niet-verwerkte vroegpensioenpremies.
Het UWV besloot herzieningsverzoeken alleen te honoreren voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek, niet met terugwerkende kracht, omdat de fout geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het ontbreken van nieuw feiten of omstandigheden, het ontbreken van kenbaarheid van de fout en het beleid van het UWV om alleen lopende uitkeringen aan te passen, niet onredelijk is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatie slaagt niet. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het WW-dagloon niet met terugwerkende kracht hoeft te herzien zonder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.