ECLI:NL:CRVB:2007:BB1048
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over arbeidsurenverlies en korting WW-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda waarin zijn beroep ongegrond werd verklaard. Het geschil betreft de toepassing van artikel 23 van Pro de Werkloosheidswet (WW) en de beoordeling van arbeidsurenverlies in de avonduren, waarbij een korting op de WW-uitkering was opgelegd.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht afzag van behandeling van grieven die reeds in eerdere uitspraken waren vastgesteld en niet in hoger beroep waren aangevochten. De vaststelling van 1 augustus 1999 als eerste dag van relevant arbeidsurenverlies werd bevestigd, ondanks het bezwaar van appellant dat 31 mei 1999 als datum zou moeten gelden.
Verder werd de korting op de uitkering wegens arbeidsurenverlies in de avonduren gematigd van 20% naar 10% over anderhalf uur per week gedurende 16 weken, een standpunt dat de rechtbank en de Raad als redelijk beschouwden. De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen en verklaarde het hoger beroep ongegrond, waarmee de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.