ECLI:NL:CRVB:2007:BB1087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon zonder nieuw feiten of omstandigheden
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat bleek dat het UWV in het verleden onjuist was vastgesteld vanwege niet verwerkte vroegpensioenpremies. Het UWV besloot herziening alleen toe te passen voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek en niet met terugwerkende kracht. De rechtbank wees het beroep af en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beslissing.
De Raad oordeelt dat het feit dat het UWV het dagloon in het verleden onjuist heeft vastgesteld, geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Ook het argument dat de fout voor appellant niet kenbaar was, leidt niet tot een andere uitkomst. De Raad benadrukt dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt en dat het beleid om herziening niet met terugwerkende kracht toe te passen niet onredelijk is.
Daarnaast faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere anti-discriminatiebepalingen. Het UWV heeft in vergelijkbare gevallen wel herzieningen doorgevoerd, maar dit betreft niet gelijke gevallen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien.