ECLI:NL:CRVB:2007:BB1088
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon omdat het UWV in het verleden het dagloon onjuist had vastgesteld door het niet meenemen van vroegpensioenpremies. Het UWV verhoogde het dagloon slechts vanaf de datum van het verzoek en wees terugwerkende kracht af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het feit dat het UWV het dagloon in het verleden onjuist heeft vastgesteld, geen nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Ook het argument dat de fout niet kenbaar was, faalt omdat appellant de mogelijkheid had om navraag te doen of bezwaar te maken. De belangenafweging van het UWV om alleen lopende uitkeringen te herzien wordt als zorgvuldig en evenwichtig beoordeeld.
Verder faalt het beroep op het gelijkheidsbeginsel en nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen. Het UWV heeft het beleid consistent toegepast en er is geen reden om in deze zaak af te wijken. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien.