ECLI:NL:CRVB:2007:BB1114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon vanwege een fout in de oorspronkelijke vaststelling. Het UWV had het dagloon aangepast, maar weigerde terugwerkende kracht toe te passen, omdat geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad benadrukt dat de kennelijke onjuistheid van het oorspronkelijke besluit op zichzelf geen grond is voor herziening zonder nieuwe feiten of omstandigheden.
De Raad oordeelt dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt door alleen lopende uitkeringen vanaf het verzoekdatum te herzien. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en andere argumenten van appellant worden verworpen. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV het WW-dagloon niet met terugwerkende kracht hoeft te herzien zonder nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.