ECLI:NL:CRVB:2007:BB1118

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
2 augustus 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-6659 WW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WW-dagloon en intrekking WW-uitkering

Appellant, een timmerman, meldde zich op 15 september 2003 ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Op 12 mei 2004 werd hij hersteld verklaard en kreeg hij een WW-uitkering met een dagloon van €133,12. Na bezwaar werd de hersteldverklaring ingetrokken en bleef appellant recht houden op ziekengeld. De WW-uitkering over de periode 10 mei tot 12 september 2004 werd ingetrokken.

Vanaf 13 september 2004 ontving appellant een WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35-45%, en een WW-uitkering berekend op het WAO-dagloon van €116. Een verzoek tot herziening van het WW-dagloon werd afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.

In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het beroep geen nieuwe gronden bevat en het verzoek om herziening feitelijk geen basis heeft omdat de WW-uitkering over de genoemde periode is ingetrokken. Het dagloon van de WW-uitkering na 13 september 2004 is juist vastgesteld. De Raad bevestigt daarom het eerdere oordeel en wijst het hoger beroep af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het WW-dagloon en de intrekking van de WW-uitkering over de periode mei-september 2004.

Uitspraak

06/6659 WW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[A. te B.] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 17 oktober 2006, kenmerk 06/2248 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstuut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 2 augustus 2007.
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.E.M. Lucassen, jurist bij FNV Bouw, Regiokantoor Zuidoost te Weert, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 juni 2007. Namens appellant zijn verschenen -daartoe ambtshalve opgeroepen- mr. H.C.S. van Deijk en mr. E.R. Jonkman, beiden advocaat te Woerden, en namens het Uwv is verschenen E. van Onzen, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
Appellant heeft zich per 15 september 2003 ziek gemeld voor zijn werk als timmerman en ontving in verband daarmee een uitkering ingevolge de Ziektewet. Per 12 mei 2004 is appellant hersteld verklaard en met ingang van diezelfde datum heeft het Uwv appellant een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet (WW) toegekend met een dagloon van € 133,12. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen zijn hersteldverklaring en bij besluit van 25 oktober 2004 is de hersteldverklaring ingetrokken en heeft het Uwv bepaald dat appellant op en na 12 mei 2004 onveranderd recht heeft op ziekengeld. Bij besluit van 9 mei 2005 is het recht op WW-uitkering over de periode 10 mei 2004 tot en met 12 september 2004 ingetrokken.
Met ingang van 13 september 2004 is aan appellant een WAO-uitkering toegekend, berekend naar de mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% en is aan hem per die datum tevens een WW-uitkering toegekend, gebaseerd op het WAO-dagloon van € 116,--
Op 15 november 2005 heeft appellant het Uwv verzocht om het WW-dagloon te herzien en bij besluit van 18 november 2005 is dit verzoek afgewezen, welke afwijzing bij besluit op bezwaar van 17 maart 2006 is gehandhaafd.
De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 17 maart 2006 bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.
De Raad kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en maakt de daartoe gebezigde overwegingen tot de zijne. Hetgeen namens appellant in hoger beroep is aangevoerd bevat vergeleken met de grieven in eerste aanleg geen nieuwe gezichtspunten en heeft de Raad niet tot een ander oordeel kunnen brengen. Daarbij merkt de Raad op dat het verzoek om herziening van het WW-dagloon over de periode 10 mei 2004 tot en met 12 september 2004 feitelijke grondslag ontbeert aangezien de WW-uitkering over voormelde periode is ingetrokken, terwijl het dagloon van de aan appellant per 13 september 2004 toegekende WW-uitkering op juiste gronden is afgeleid van zijn WAO-dagloon.
Het voorgaande betekent dat het hoger beroep niet slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
Voor een proceskostenveroordeling acht de Raad geen termen aanwezig.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G. van der Wiel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2007.
(get.) G. van der Wiel.
(get.) R.E. Lysen.
RB2507