ECLI:NL:CRVB:2007:BB1118
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WW-dagloon en intrekking WW-uitkering
Appellant, een timmerman, meldde zich op 15 september 2003 ziek en ontving een Ziektewetuitkering. Op 12 mei 2004 werd hij hersteld verklaard en kreeg hij een WW-uitkering met een dagloon van €133,12. Na bezwaar werd de hersteldverklaring ingetrokken en bleef appellant recht houden op ziekengeld. De WW-uitkering over de periode 10 mei tot 12 september 2004 werd ingetrokken.
Vanaf 13 september 2004 ontving appellant een WAO-uitkering, gebaseerd op een arbeidsongeschiktheid van 35-45%, en een WW-uitkering berekend op het WAO-dagloon van €116. Een verzoek tot herziening van het WW-dagloon werd afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep geoordeeld dat het beroep geen nieuwe gronden bevat en het verzoek om herziening feitelijk geen basis heeft omdat de WW-uitkering over de genoemde periode is ingetrokken. Het dagloon van de WW-uitkering na 13 september 2004 is juist vastgesteld. De Raad bevestigt daarom het eerdere oordeel en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot herziening van het WW-dagloon en de intrekking van de WW-uitkering over de periode mei-september 2004.