ECLI:NL:CRVB:2007:BB1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon, dat aanvankelijk was vastgesteld op f 310,70. Het UWV wees dit verzoek af omdat de fout in de dagloonvaststelling niet als nieuw feit of veranderde omstandigheid kon worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad overwoog dat het UWV vanaf 1 december 2004 haar werkinstructies had aangepast en alleen verzoeken tot herziening bij lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek zou honoreren. De fout in de dagloonvaststelling in het verleden rechtvaardigt geen terugwerkende herziening. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen slaagde niet.
De Raad benadrukte dat appellant en anderen de mogelijkheid hadden om rechtsmiddelen aan te wenden tegen de oorspronkelijke vaststelling, maar dit niet hebben gedaan. De Raad vond het besluit van het UWV zorgvuldig en evenwichtig, en oordeelde dat het niet onredelijk was om herziening alleen prospectief toe te passen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien.