ECLI:NL:CRVB:2007:BB1124
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WW-dagloon met terugwerkende kracht wegens ontbreken nieuw feiten
Appellant, werkzaam in de sector Bouwnijverheid, verzocht om herziening van zijn WW-dagloon nadat het UWV in 2004 een fout in de dagloonvaststelling had geconstateerd. Het UWV besloot alleen herziening toe te passen voor lopende uitkeringen vanaf de datum van het verzoek en niet met terugwerkende kracht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat de onjuiste dagloonvaststelling geen nieuw feit of veranderde omstandigheid vormt zoals bedoeld in artikel 4:6 Awb Pro. Ook het argument dat de fout niet kenbaar was, werd verworpen. De Raad vond dat het UWV een zorgvuldige belangenafweging had gemaakt door herziening slechts vanaf het verzoek toe te passen.
Verder faalden de beroepen op het gelijkheidsbeginsel en nationale en internationale anti-discriminatiebepalingen. Het UWV had volgens de Raad geen onredelijke beslissing genomen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om het WW-dagloon met terugwerkende kracht te herzien wegens ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.